Vrijdag 26 mei 2017
Dorpen en platteland.
Italië, het land waar de Fiat 500 retro erg populair is maar ook haar kleine voorgangertje en het vierkante eerste Pandaatje rijden hier nog volop.
Na een straf bakje en een goed ontbijt en goede weersvooruitzichten gaan we op pad en na 5 km al komen we door Solopaca met belangrijke herinneringen aan de Middeleeuwen waaronder het z.g. Castellotto. De kerk van Santa Corpo di Cristo met een bijzondere klokkentoren dateert van later. Vandaag de dag is Solopaca bekend vanwege haar handel in wijn en olijfolie. Het station waarlangs we komen wordt naast aankomende en vertrekkende reizigers, meer door vliegensvlugge in- en uitgaande zwaluwen bezocht, van enig achterstallig onderhoud aan gebouwen en terrein is sprake. We lopen over veelal verharde wegen door een brede groene vallei met fraaie vergezichten en passeren gehuchten en dorpen. De talrijk aanwezige kanariegele brem geurt overdadig en het paarse distelstruweel wordt druk door vlinders en vogels bezocht. Wat een natuurlijke rijkdom. On de soms nog mooiere keerzijde te zien blijft achteromkijken van belang, de Apennijnen zijn vandaag Apenvenijnen waarbij het ‘lochte wientje’ bij de vele stijgingen en dalingen welkome verkoeling brengt. In het koffiebarretje waar we vandaag aanleggen (en dat treffen we niet elke dag), staat ons tafeltje tussen enkele stapels honden- en kattenvoer, lucratief volgens de eigenaresse die heerlijke koffie serveert. Bij vele huizen showen de oleanders en rozen enthousiast het zuidelijk klimaat, het gras dat op een maaibeurt wacht doet dat ook. De stad Benevento die we rakelings passeren werd in de Romeinse tijd vanwege haar strategische ligging een belangrijk economisch centrum, nog vele monumenten getuigen van die tijd zoals de triomfboog van Traianus waar de Via Appia Traiana begint. Nog 5 km. gaan we, hoofdzakelijk opwaarts door een akkerbouwgebied naar een soort van uitgestrekte hoogvlakte en dankzij de stevige bries genieten we van het spettacolo dat het wuivend graan opvoert. Na 39 km, de langste etappe tot nu toe, zijn we blij onze intrek te kunnen nemen in de B&B Villa Adriano, gelegen op een heuvel.


Donderdag 25 mei 2017
Even geen zon maar een fikse regenbui
De koffie uit het oude pruttelpannetje van mamma Anna smaakt best.
De lucht ziet grijs, dat komt wel overeen met de weersverwachting maar dat uit een grijze lucht zoveel regen vallen kan!
Nadat we het ommuurde deel, het mausoleum en het amphitheater van Alife achter ons gelaten hebben (we zijn dan 1,5 uur op pad), slaat de miezer om in harde regen afgewisseld met stortbuien. Dat was niet voorzien. Paraplu en regenkleding zijn voor de eerste keer hard nodig maar wapenen ons niet tegen de douche die een automobilist ons schenkt, wij denken voor de lol, zijn lol. We vragen een passant of het misschien de hele dag zal regenen. ‘Si, si, si’, luidt het antwoord. Met heel wat kilometers, klimkilometers is dat de voormiddag maar ons oog houdt interesse voor details als de unieke composities in de bermen, een vervallen tankstation met nog lires op de teller die op ontmanteling wacht en de onder graffiti bedekte Club Marco Polo die het op deze Hemelvaartsdag zonder klandizie moet stellen. Voor de rest is van deze katholieke feestdag weinig te merken, de winkels zijn open en er wordt gewoon gewerkt. We trekken de komende dagen van west naar oost dwars door de Apennijnen om vervolgens aan de oostzijde zuidwaarts te gaan. De hemel vertoont inmiddels veel blauw en de zon is gaan schijnen. Ik vraag aan een groepje samengeschoolde mannen of dat zo zal blijven vandaag. Met een voltallig tevredenklinkend ‘Si, si, si wordt dat beaamt. We zien vandaag minder fruit en meer akkerbouw en de eerste gerstpercelen zijn al geoogst. Typisch voor dit gebied zijn de kerkspitsen met groen en geel mozaïk, we passeren een opvallende in San Salvatore Telesino. Terwijl de temperatuur weer opgelopen is, lopen wij Telese Terme binnen dat beroemd is om haar termen me zwavelbronnen en het meer van Telese. Hier vinden wij bij Casa Lovara onze nachtrust en kunnen de schoenen weer drogen. Aan de allesverwoestende aardbeving uit de 14e eeuw herinneren slechts nog enkele resten van de middeleeuwse kathedraal.


Woensdag 24 mei 2017

Door het stroomdal van de Volturno
Na een goed avondmaal en dito nachtrust begroet ons het frisse ochtendgloren met hanengekraai, krassende kraaien en allerhand ander vogelgekwetter. Bij het aanvaarden van de tocht onder deze omstandigheden krijg je bijna het gevoel eeuwig te zullen leven. Da’s niet zo, gelukkig niet helaas. Al snel komen we voorbij een huis waarbij het lijkt alsof de bewoner ons op staat te wachten. Hij opent de zware rolpoort, groet ons en wenkt ons te komen, zijn honden staken het blaffen. Moeder en dochter willen er ook graag het hunne van weten. Heerlijke kersen versgeplukt, grote biologische sinaasappelen, fris acqua gassata en echte koffie zijn ons deel. Voor vanavond hebben we nog geen slaapplaats maar… hier zou ons bedje zeker gespreid zijn geweest. Na deze spontane en aangename pauze verder maar weer, de zonnestralen doen de uitgebloeide aren van het manshoge gras in de bermen schitteren als opgepoetst zilver. Allengs de tocht vordert (in het begin steken we drie keer de drukke Autostrada A1 over), wordt deze steeds mooier. Druiven zijn vervangen door kersen, peren, perziken en hazelnoten. Van laatstgenoemde enorme plantages, waarschijnlijk Nutella. We zijn getuige van de aanplant en van de liefde waarmee de plantgaten bereidt en gevuld worden en van de superieure kwaliteit van deze bodem die op die van Haspengouw lijkt. Bij zo’n klimaat, zo’n bodem en de regen van de regeninstallaties die overal draaien, tieren de gewassen dat het een lieve lust is. We lopen door het stroomdal van de Volturna met zicht op de zuidelijke uitlopers van de Apennijnen. Op enige afstand als tegen de heuvel geplakt, ligt trots uitkijkend over de regio het plaatsje Presenzane. Gedurende de route langs de Volturna worden we geattendeerd op de voortplantingsdrang van de duizenden kikkers waarbij André Rieu z’n compleet orkest inclusief reservespelers, van stal gehaald heeft. Ze overstemmen het gebrul van de machtige trekker die de aarde bewerkt, dit oogt minder liefdevol maar zet wel zoden aan de dijk. De grote cactussen op onze route pronken met uitzonderlijk mooie bloemen, veel mooier als dat ze zelf zijn maar smaken verschillen. We komen aan in Sant Angelo d’Alife. Hier verhuurt mamma Anna een huisje ‘A casa da Mamma Anna’ genaamd. Een ideale plek voor een pelgrim en op ons verzoek bereidt mamma Anna een flinke pan spaghetti. Smakelijk eten, een flinke onweersbui barst los. Alles op zijn tijd en een uur later is de natuur weer als herboren.


Dinsdag 23 mei 2017
Van Cassino voorbij Mignano Monte Lungo
De dag begint met vroeg klokgelui van de aanleunende parochiekerk en een stevig zelf geprepareerd ontbijt in onze kamer waarna de kapelaan ons uitgeleide doet.
Na een kwartier al komt ons het aroma van een koffiebarretje tegemoet, het is er al gezellig druk en onze caffè americano valt op tussen al die pittige espresso’s die op z’n Italiaans ‘met veel suiker’ gedronken wordt. Het is een korte pitsstop (dus ook op z’n Italiaans) en na 10 minuten gaat de benenwagen weer voort en we verruilen Cassino voor het rustige platteland. Een oud vrouwtje, groot schort en steunend op een lange dikke stok, komt behoedzaam binnendoor de berghelling af. Hoe onverstandig, menen wij maar ook, wat een wilskracht. Al ploeterend groet ze die twee onbekende wandelaars. Juist als we constateren dat we de meegenomen paraplu wellicht de hele reis voor niets meedragen, blijkt ze toch goed van pas te komen bij het kersenplukken. Met een simpele beweging brengen we de overvolle takken binnen handbereik. Waar we ook automobilisten tegenkomen, in het drukke verkeer of op een rustige landweg, overal is het bellen tot kunst verheven. Niet alleen hij maar vooral ook zij weet het sturen, appen, bellen en schakelen te combineren, soms ook niet. Regelmatig zien we half afgebouwde huizen en bouwsels waar ook geen bouwmaterialen meer aanwezig zijn. Naar de oorzaak is het gissen en maakt ons nieuwsgierig, dat gaan we zeker nog ‘ns navragen. In een bospad dat wij toevallig moeten gaan, staat een stel, vijftigers naar wij inschatten en ze zijn duidelijk op elkaar gesteld. Hun reactie op ons ‘buongiorno’ in alle onschuld doet ons vermoeden dat ze opgelucht zijn dat wij voor hen geen bekenden zijn. Ook de vele hagedissen die door het droge gras ritselen, zijn zich van geen kwaad bewust. Zo makkelijk heb je weer een nieuw onderwerp om over te filosoferen, het stel dus en niet de hagedissen. De prachtige etappe heeft ons door een heuvellandschap met indrukwekkende vergezichten gevoerd. We zijn in het overgangsgebied van de regio’s Lazio en Campania en aangekomen bij het verscholen liggende Agriturismo Borgo Patierno.


De eerste kilometers
Maandag 22 mei 2017
We zijn er tijdig bij vanmorgen, dat zal zo voortaan wel blijven. Onze gastvrouw Antonella die haar sieraden van gisteren ingeruild heeft voor een Helmonds pak, brengt ons het ontbijt, ‘koffie, thee en dolce (2 dozijn koekjes en een paar crackertjes)’. ‘Smullen maar!’ En daar gaan we… Vief en fris het prille ochtendgloren in, Henny op haar, nog op de valreep in Nederland gekochte nieuwe schoenen. Ons boekje spreekt van een landschappelijk mooie tocht met bijna continu zicht op de Apennijnentoppen, daarmee is niets teveel gezegd. Als een vuurrood lint klieft de hogesnelheidstrein van Rome naar het zuiden in duizelingwekkende snelheid het landschap. Technisch vernuft in contrast met glooiende olijfgaarden, rijkgevulde bermen en percelen met miljoenen klap-rode-rozen. Slechts een enkele auto passeert, de bestuurder groet en toet. Boeren maaien het meterlange in de aar staande grasland. Wat een snede en wat een verschil in opvatting en inzicht met ‘ons’ graslandbeheer. De met pollen verzadigde atmosfeer vult de campagne en prikkelt de slijmvliezen. Ook in de olijf- en wijngaarden is al volop activiteit. ‘Moestuinieren’ staat zichtbaar hoog op de bonusladder. Vruchtbare bodem, gekromde ruggen en noeste handen brengen een rijke oogst. ‘Siertuinieren’ mag die naam niet dragen, is onze conclusie, alhoewel de rijkbloeiende jasmijnen deze malus kennelijk waarderen met een welriekendheid die hun schoonheid vele malen overtreft. Na 20 km passeren we het stadje Aquino dat met de Via Lattina op een belangrijk kruispunt van Romeinse wegen lag. Verschillende overblijfselen herinneren nog aan die eeuwengeleden periode. Met ‘bonvenuti’ worden we regelmatig door passanten welkom geheten. Waar een smal enigszins verhard landweggetje overgaat in een grintpad heeft een stroomversnelling, bevolkt met honderden kleine visjes dit pad opgeslokt. Er zit niets anders op dan ons van schoenen en kousen te ontdoen en op de keiige bodem staande te blijven om de overzijde droog te bereiken. Dat lukt en de zon doet de rest. We arriveren in Cassino, ons eindstation, een plaats die voor onze jaartelling al bekend was. Nu echter is deze universiteitsstad bekend door de op de heuvel liggende abdij en vanwege de slag om Monte Cassino tijdens de tweede wereldoorlog die duizenden het leven kostte. Een prachtige zonovergoten dag, licht verbrandde kuiten, een blaar en een passend onderkomen in het parochiehuis naast de kerk waar een jonge kapelaan ons verwelkomt. Dat is de opbrengst van onze eerste wandeldag.

 

Van Wanroij naar Italië
Het vervolg
Zondag 21 mei 2017.
Het is eind september 2016. We zijn net onderweg van Casamari naar Ceprano als we het bericht van het overlijden van onze tante ontvangen. Op 10 minuten na net geen 95 jaar geworden. We willen haar graag begeleiden naar haar laatste rustplaats en keren daarom huiswaarts.
Vandaag, ruim 8 maanden later, zondag 21 mei 5.15 uur is het zover om onze voettocht naar Zuid-Italië te hervatten. In Weeze laten we de koffie uit een plastic bekertje voor €3,70 voor wat ze is en we begroeten de Ryanair bemanning en zetten koers naar het Italiaanse schiereiland. Keurig geordende landbouwperceeltjes met granen, grassen e.a., zich weldadig koesterend in de vroege zonnestralen, glijden gewillig onder ons door. Na een twee uur durende voortvarende vlucht landen we in Rome, het werelderfgoed bij uitstek en vangen nog een glimp van de Via Appia Antica, de kaarsrechte door de Romeinen aangelegde aan- en afvoerweg. Ach, de naam alleen al! Na Colosseum, Pantheon en Forum Romanum een must, vinden wij maar je moet er wel een paar uurtjes lopen voor over hebben.
Na een korte busrit gaan we aan boord van ‘il treno’. Een moderne stoptrein met videobewaking, geen kapotte stoelen of voeten op de stoelen, geen bekraste tafeltjes maar puur genieten van het mooie landschap. We arriveren in Isoletta d’Arce vlakbij Ceprano, ons eindstation van vorig jaar. Bij de B&B waar we vannacht vertoeven, worden we allervriendelijkst ontvangen door een echte, royaal van gouden sieraden voorziene Italiaanse signora van middelbare leeftijd.
We moeten nog wennen aan de warmte, ongeveer 27°C, maar de wind brengt verkoeling.

Onverwacht einde


Woensdag 28 september 2016
Herfst in Lazio. ’s Ochtends fris, voormiddag weldadige zonnewarmte, ’s middags warm en ’s avonds weer fris. Ideale weersomstandigheden voor een voettocht door Midden- en Zuid-Italië. De dagen korten, om 7.00 uur is het pas licht en dat is daarom ook ons tijdstip van vertrek. Omdat we gisteren 9 kilometer aan de etappe toegevoegd hebben, is die van vandaag met 21 kilometer en hoofdzakelijk lichtdalend een makkie. We verlaten de abbazia en de kloostergemeenschap van de Cisterciënzer monniken waar een hunner zojuist de zware poort ontgrendeld heeft. Met aan onze linkerzijde in de verte helder zicht op de 2000 meter hoge Apennijnenketen trekken we door rustige dorpjes en plukken een paar oogstrijpe druiventrosjes. De koffie bij ‘Crazy bar’ in Strangolagalli is precies op koffietijdstip en heerlijk. We zien ze misschien al wel een paar dagen over het hoofd maar kleine enigszins verbleekte stickers met afbeelding gelijkend op een stylistisch visje en met opschrift ‘Via Francigena del Sud’ bewegwijzeren de Via Francigenaroute. Nadat we het kabbelend riviertje de Liri zijn overgestoken even voor Ceprano, ons eindstation voor vandaag, zit een groepje mannen gezellig bijeen. Net als velen denken ook zij dat we uit Kroatië komen, dat moeten we natuurlijk even corrigeren en uitleggen. Ze vieren een verjaardag met veel lekkers en ze staan erop dat wij samen met hen een dronk prosecco nuttigen. Een eensgezind ‘Salute’ weerklinkt. De eerste dorre herfstbladeren vallen en kraken en verpulveren onder onze voeten, de schaapsherder houdt z’n kroos in de gaten, wij nemen onze intrek in B&B in het vredige Ceprano.
Dat is in dit strategisch gelegen stadje vanaf het begin van onze jaartelling vaak anders geweest, voor de laatste maal met hevige bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vanmorgen bereikte ons het bericht dat onze tante dinsdagnacht om 23.50 uur overleden is. 10 Minuten later zou ze haar 95ste verjaardag gevierd hebben. Henny en ik willen haar graag mee begeleiden naar haar laatste rustplaats en we hebben daarom besloten om huiswaarts te keren. Of we de reis weer oppakken en eventueel wanneer, dat weten we nog niet.
Met 2118 kilometer op de teller verlaten we (voorlopig?) het land van Fiat, pasta en olijven en roepen ‘Arrivederci’.

Wij danken ieder voor het lezen van onze verhalen en de leuke reacties en besluiten met een onvertaalde zinsnede van de beroemde 18e eeuwse dichter/filosoof Goethe:
‘NUR WO MAN ZU FUSZ WAR, WAR MAN WIRKLICH’.