Onverwacht einde

.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Woensdag 28 september 2016
Herfst in Lazio. ’s Ochtends fris, voormiddag weldadige zonnewarmte, ’s middags warm en ’s avonds weer fris. Ideale weersomstandigheden voor een voettocht door Midden- en Zuid-Italië. De dagen korten, om 7.00 uur is het pas licht en dat is daarom ook ons tijdstip van vertrek. Omdat we gisteren 9 kilometer aan de etappe toegevoegd hebben, is die van vandaag met 21 kilometer en hoofdzakelijk lichtdalend een makkie. We verlaten de abbazia en de kloostergemeenschap van de Cisterciënzer monniken waar een hunner zojuist de zware poort ontgrendeld heeft. Met aan onze linkerzijde in de verte helder zicht op de 2000 meter hoge Apennijnenketen trekken we door rustige dorpjes en plukken een paar oogstrijpe druiventrosjes. De koffie bij ‘Crazy bar’ in Strangolagalli is precies op koffietijdstip en heerlijk. We zien ze misschien al wel een paar dagen over het hoofd maar kleine enigszins verbleekte stickers met afbeelding gelijkend op een stylistisch visje en met opschrift ‘Via Francigena del Sud’ bewegwijzeren de Via Francigenaroute. Nadat we het kabbelend riviertje de Liri zijn overgestoken even voor Ceprano, ons eindstation voor vandaag, zit een groepje mannen gezellig bijeen. Net als velen denken ook zij dat we uit Kroatië komen, dat moeten we natuurlijk even corrigeren en uitleggen. Ze vieren een verjaardag met veel lekkers en ze staan erop dat wij samen met hen een dronk prosecco nuttigen. Een eensgezind ‘Salute’ weerklinkt. De eerste dorre herfstbladeren vallen en kraken en verpulveren onder onze voeten, de schaapsherder houdt z’n kroos in de gaten, wij nemen onze intrek in B&B in het vredige Ceprano.
Dat is in dit strategisch gelegen stadje vanaf het begin van onze jaartelling vaak anders geweest, voor de laatste maal met hevige bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vanmorgen bereikte ons het bericht dat onze tante dinsdagnacht om 23.50 uur overleden is. 10 Minuten later zou ze haar 95ste verjaardag gevierd hebben. Henny en ik willen haar graag mee begeleiden naar haar laatste rustplaats en we hebben daarom besloten om huiswaarts te keren. Of we de reis weer oppakken en eventueel wanneer, dat weten we nog niet.
Met 2118 kilometer op de teller verlaten we (voorlopig?) het land van Fiat, pasta en olijven en roepen ‘Arrivederci’.

Wij danken ieder voor het lezen van onze verhalen en de leuke reacties en besluiten met een onvertaalde zinsnede van de beroemde 18e eeuwse dichter/filosoof Goethe:
‘NUR WO MAN ZU FUSZ WAR, WAR MAN WIRKLICH’.

Naar Abbazia di Casamari

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Dinsdag 27 september 2016
De Apennijnen zijn wel geen Alpen maar af en toe stellen ze ons toch danig op de proef, zo ook vandaag met een hoogprocentige afdaling en veel S-bochten in het begin en venijnige klimmetjes tussendoor en aan het einde.
We verlaten Anagni via de hoofdpoort en lopen met aan weerszijden hoge heuvels, door vruchtbaar landbouwgebied met roestbruine aarde. Een van de spaarzame auto’s die hier passeert, is een poes noodlottig geworden met de berm als laatste rustplaats. Bij het uitgaan van het middeleeuwse Ferentino dat met maar liefst 10 kerken gezegend is, spreekt een oud vrouwtje terwijl ze uit haar stoel opveert, ons aan. Eigenlijk is het geen aanspreken maar meer een donderspeech en ons ‘piano piano’ (langzaam) verzoek dringt niet door. Wat wij uit haar betoog begrijpen, is dat ze zelf ook ooit een lange voetreis heeft gemaakt en dat haar enthousiasme door ons te zien voorbijkomen, weer geheel oplaait. Haar niet geringe stemgeluid wordt overstemd door de langsrijdende omroepwagen, voor ons dè kans om de kans te grijpen en het ‘gesprek’ met een wederzijdse lach en ‘arrivederci’ af te ronden. Een olijfgaard op een flauwe helling nodigt uit tot het ‘pranzo’ en gezeten op het gras in de semischaduw genieten we van kaas, salami, fruit en yoghurt. Opgedroogd en lichter geworden en met geladen batterijen gaan we weer verder. Een keuterijtje, een kapelletje, een brokkelig weggetje, een begroeting, het is namiddag en we volgen onze schaduw, alles gaat tutto bene (alles gaat goed). We lopen ten zuiden van Veroli, een plaats met herinneringen aan Romeinse bouwkunst en middeleeuwse kerken waar de liefhebber zomaar een hele dag kan rondstruinen. Om onze lange route van vandaag wat in te korten, laten we deze plaats voor wat ze is en lopen na nog wat inkopen gedaan te hebben met extra bagage letterlijk opwaarts naar Casamari en haar geweldige abbazia (abdij). In dit nationaal monument brengen wij de nacht door, er tegenover wordt de kermis opgebouwd en feestverlichting aangebracht.

Weer op het platteland

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maandag 26 september 2016
‘Een ontbijt aan de toog bij de receptie, zoete koekjes en een kop koffie’. Zo stond te lezen in het boekje ‘Vier vrije voeten’ en zo is het nog steeds in Albergo Chiocchio. Ach, je kan niet alles hebben en een broodje in een barretje is een goede aanvulling. Nogmaals dat gevecht met de zwaartekracht maar nu dan, om niet te snel te gaan, tegengas geven. Tot de industriestad Colleferro die in het dal van de rivier Sacco ligt, lopen we noodgedwongen langs een naar onze mening te drukke weg en met regelmaat zoeken we bescherming tegen de vangrail. Het is maandagochtend en spitstijd en net als in Nederland vertrekken veel mensen 5 minuten te laat van huis en behalve hard rijden en inhalen, is er kennelijk ruimte om naast telefoneren van alles meer te doen, tot krant lezen toe. We zijn zeer allert en zien sommige kamikaze-acties, met dank aan hun engelbewaarder, met oei oei aan. Na Colleferro wordt het rustig, zeer rustig. We lopen over heerlijke landweggetjes door landbouwgebied met kleine onverkavelde akkertjes en ruige kantbegroeiing. Een pickupje met grote ronde grasbalen voor het vee passeert, de bestuurder met hand uit het raampje roept chiao. Hij is wel op tijd van huis gegaan. Hier en daar een grote eik of ceder, op een hoek of kruisinkje een kapelletje met bloemen. Kleine kudden schapen, wat paarden en enkele zoogkoeien bevolken de droge weiden die eerder al gemaaid zijn, zo getuigen de nog kriskras liggende grasbalen. Nostalgische boederijtjes met riekende mestvaalten, ouwe kneut en roestige rommelerijen op het boerenerf, krakkemikkige schuurtjes en afrasteringen zijn tot zintuiglijke kunst verheven. De mama met schort van de Bertoli reclame is echt daar, de sleutel hangt aan het haakje naast de deur. De af te leggen afstand is bijna 30 kilometer en de tijd vliegt, een groep gakkende ganzen heeft ons gespot en laat dat luidruchtig weten. Op enige afstand vliegt de hoge snelheidstrein Rome – Napels met lange gestroomlijnde neus als een rode schicht door het landschap. Het water waarnaar we een aanwonende vragen, wordt naast lekker koel bronwater ook met een leuk gesprekje aangekleed. Ja hoor, we zijn op het platteland, in volle glorie. Laat in de middag arriveren we bij het klooster van de Cisterciënzer zusters in Anagni waar wij de enige gasten zijn, een ongelooflijk onderkomen. De ondergaande avondzon legt een gouden gloed over het oude Anagni met haar 11e eeuwse wonderschone kathedraal dat in de Middeleeuwen de zomerresidentie van verschillende pausen was.

Door het Parco dei Castelli Romani

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Zondag 25 september 2016
Als de Via Francigena bewijzering van voor Rome gehalveerd zou worden om die aan te wenden voor na Rome, dan zouden beide delen voldoende bewegwijzerd zijn maar dat is dus niet het geval. Sinds gisteren is er geen enkel bordje meer te bespeuren en zijn we aangewezen op onze navigatie en beschrijvende gids. Omdat laatstgenoemde voor moeilijk te traceren trajecten waarschuwt, kiezen we voor de SP 215 ofwel de Via Tuscolana die druk bereden wordt maar waar ook veel te beleven valt, zeker op deze mooie zondagvoormiddag. Een groot deel van de weg voert door het groene Parco dei Castelli Romani met de Passo dell’Algido op bijna 550 meter als hoogste punt. Diverse stalletjes bieden de hier lokaal groeiende paddenstoelsoorten Porcini, Galletti en Ovoli aan. Een paar gelukszoekers tonen trots hun mandje met funghivangst, bestemd voor eigen consumptie. Muggenzwermen waarderen dansend de late septemberzon. Motorrijders waaronder zondagsrijders, tourders, crossers en racers die zich met het nieuwe wegdek op de Nürnburgring wanen, het motorpak bestaat uit shirt en korte broek. Uiteraard zijn ook de wielrenners weer massaal van de partij, zwoegend omhoog, relaxt omlaag. Het is verboden maar ook hier helaas weer gedumpt huisvuil en, deze zal wel niet uit het raampje geworpen zijn, een keurige toiletpot met bril. Een jongedame toont getalenteerd en minder dan schaars gekleed haar niet onbevallige maten. Het is zeker niet om te bruinen, zo tonen de heupwiegende billen. Aan ons vriendelijk ‘buongiorno’ heeft ze maling, dat zet geen zoden aan de dijk. De motorrijders zijn te snel en de wielrenners met te veel, denken wij. Waar moet ze dan toch van leven? Kennelijk is onze vraag niet haar probleem want enkele kilometers verderop posten haar collega’s, al even uitnodigend. De oldtimers Vespa-scooterclub passeert, ze zijn minstens met duizend en al toeterend en zwaaiend maken ze er met z’n allen een mooie zondagse clubdag van. Daar ligt het geelbruine oorspronkelijk Romeinse veel kerken tellende stadje Artena, op nog 3 kilometer te gaan, fotogeniek tegen een steile heuvel geplakt. Even licht stijgend om daarna stapvoets het steile gevecht met de zwaartekracht aan te gaan, bereiken we de top en onze bestemming, sinds lang weer een albergo. Vanaf ons balkon waar het wasje te drogen hangt, is het uitzicht op Artena en de omgeving fabuleus.

 

De Via Appia Antica

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Zaterdag 24 september 2016
Met bijna 3 miljoen inwoners is Rome ook ’s morgens een bruisende stad.
Nog een keer de Tiber over en we verlaten deze 350 kerken tellende Romeinse hoogconjunctuur die uiteraard haar plekje op de Unesco Werelderfgoedlijst verdient. We zijn bijna 1,5 kg. lichter (op postkantoor 1 moesten we €34,00 betalen, dat vonden we wel erg duur. Postkantoor 2 met €11,00 werd spekkoper) en dat is merkbaar. Onderdoor de Middeleeuwse Porta San Sebastiano gaan we direct de Via Appia Antica op, één strakke rechte lijn van tenminste 16 kilometer kasseien en grote platte stenen oorspronkelijke Romeinse weg. Wat ons betreft een highlight en een aanbeveling voor eenieder die Rome bezoekt en een dag verlenging rechtvaardigt. Aanvankelijk rijdt er nog veel verkeer, met stevig ingedrukt gaspedaal kletst het rubber van de banden op en over de kasseien. Na 2 kilometer wordt het op wandelaars, joggers en mountainbikers na, stil. Hier nog meer dan in Rome, waan je je met ingesleten footprints van de Romeinse karrensporen, nog echt in de Oudheid. Monumenten, tombes, mausolea en andere bezienswaardigheden flankeren deze historische aan- en afvoerroute en heel veel bomen, natuurlijk weer die….. en een dik pakket bruine verdroogde dennennaalden tegen de gestapelde muurtjes. Nadat we het laatste stukje Via Appia Antica dat onverhard is, afgelegd hebben, passeren we Marino en Grottaferrata, beiden in kunsthistorisch opzicht bijzondere plaatsen en we zijn weer in druivenland aangeland, da’s alweer enkele dagen geleden. De oogst lijkt begonnen te zijn. Even voorbij Grottaferrata met dit weekend een mooie rommel/ antiekmarkt, nemen we onze intrek in B&B Patrian. We zijn 300 meter gestegen, het weer is helder, we zijn 28 kilometer verderop, Rome en de koepel van de Sint Pieter zijn nog zichtbaar.

Rome

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Vrijdag 23 september 2016
Rome, we zijn er, we hebben geslapen en we starten ‘Wat een dag en wat een stad’. Na de laten we zeggen ‘Vaticaanse openingsceremonie’ willen we natuurlijk de belangrijkste gebouwen en monumenten gaan zien. We steken de Tiber, die door de stad snijdt, over via het eilandje Isola Tiberina en bewonderen het Forum Romanum met de colonnades en de Arco di Costantino. Met het Colosseum wat we daarna bezoeken in de verte op de achtergrond dat in de ‘goede’ tijden 60.000 toeschouwers kon herbergen, gaan de opgravingen bij het Forum nog altijd door. De zogende Lupa is minder opvallend maar toch prominent aanwezig. We wurmen ons tussen de drommen toeristen naar het Monument van Victor Emanuele II. Gezegd moet worden dat ook de route van highlight naar highlight, een highlight is en steeds van overtreffender trap is. Van Galleria colonna komen we bij de, door Nederlandse voetbalvandalen misbruikte, Trevifontein. Minstens 2000 toeristen met ontelbare priemende selfisticks verdringen elkander voor dat ene shot. En met stijve knoken achterwaarts een muntje over de schouder in het heldere water werpen, is voor vele zware gymnastiek. Het Pantheon met de hoge colonnades, de Clemens XI fontein en de Macuteo obelisk mogen niet ontbreken, de straatgitarist staande in het zonnetje brengt Bohemian Rhapsody ten gehore. Zo heeft elke via, viale en piazza wel een monument of interessant doorkijkje met begroeide dakterassen en bronzen klokken aan het einde, maar Rome is veel meer. Rome is ook gewapende millitairen en politie te paard, muzikanten, mimespelers en bedelaars, winkeltjes, restaurantjes en barretjes, sjieke heren en Romeinse dames met naaldhak, pinussen en palmen, aan een ketting bungelende gesloten liefdessloten, elk parkeergaatje gedicht met een scootertje, straatverkopers en zakkenrollers, gidsen die hun ‘schaapjes’ verliezen. Ach, Rome in een notendop, het kan eigenlijk niet. Alhoewel wij niet dat bijzondere muntje in de Trevifontein wierpen, hopen wij hier eens terug te zijn. Voor nu is het welletjes en we zijn blij om morgen weer verder te tekken, op naar die hak van Italië.

Rome, de eeuwige stad

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Donderdag 22 september 2016
La Storta – Rome, slechts 14 kilometers scheiden ons van Rome. 14 Kilometers langs een niet te omzeilen drukke weg met de alleszeggende veelbetekenende naam ‘Via Trionfale’, waarlangs al sinds mensenheugenis pelgrims Rome binnentrekken als een persoonlijke Via Gladiola. Vanaf een uitzichtspunt in de wijk Monte Mario ligt daar de Capud Mundi, hoofdstad van de wereld, heilige en eeuwige stad met de koepel van de Sint Pieter daarboven verheven. Eens in het jaar 800 (een gemakkelijk jaar om te onthouden), zo herinneren we ons nog van de geschiedenislessen uit onze schooltijd, liet Karel de Grote zich hier tot keizer kronen. We lopen verder door corso’s, brede straten met links en rechts kleurige, statige wel tien etages tellende meerwoningen panden, bepaald geen flats. Acacia-, linden-, platanen- en purperen esdoornrijen geven deze metropoolentree een landelijk tintje. We komen ogen en oren tekort, niet alleen voor het cultuurerfgoed maar ook voor alle haastige, telefonerende en gebarende weggebruikers waaronder heel veel zigzaggende scooteraars. Bussen vol met toeristen komen aan, ze krijgen een sticker opgeplakt en volgen en masse de toegewezen met een vaantje herkenbare gids. Voor het Vaticaanmuseum is de lange rij wachtenden niet te overzien. Wij gaan verder want onze eerste bestemming is natuurlijk Vaticaanstad (sinds 1929 het kleinste onafhankelijke staatje binnen Italië) met het Vaticaan, de Sint Pieter en het de armen naar de hele wereld uitstrekkende Sint Pietersplein. En daar is ie, de koepel van de Sint Pieter met het graf van Petrus in de catacomben, het pauselijke paas-, kerst- en nieuwjaarsbalkon, omsloten en beschermd met een gigantische witmarmeren zuilengalerij. Hier willen wij graag ons testimonium verkrijgen maar dat pakt anders uit. Dan maar naar de Friezenkerk met Nederlandse roots maar die blijkt vandaag gesloten. Uiteindelijk weten we het begeerde te bemachtigen in Centro Lorenzo waar onze namen aan het testimonium worden toevertrouwd. En hoe toevallig, met de 91ste stempel is onze credenziale geheel vol.