Van Wanroij naar Santa Maria di Leuca

Maandag 19 juni 2017
Na een goede nachtrust zijn we weer lekker op pad. Het is aangenaam koel vanmorgen en Tricase is al snel uit het zicht verdwenen. We zijn zo’n beetje 2 uur onderweg als ons een 50cc Ape driewielertje pruttelend voorbijdoet en 100 meter verderop bij een huis op de oprit stopt. Als wij aldaar passeren is de bestuurder, een oud baasje stevig steunend op zijn stok, net uitgestapt en wenkt ons te komen. Na kennismaking en een kort gesprek vertrekken we weer, zeker een kilogram abrikozen zwaarder. Na gisteren steeds ongeveer 1 km. uit de kust gelopen te hebben, gaan we vandaag voor een groot deel over de SP 358 kort langs de kust van de Ionische Zee. Abusievelijk meldde ik een paar dagen geleden aan de Middellandse Zee te zijn, die is echter nog een aantal zeemijlen zuidelijker. Slechts twee boten spotten we, een ver weg en de ander heel ver weg, de enorme waterplas schittert en weerkaatst het felle zonlicht. De wind is inmiddels weer hard opgestoken en maakt mijn hoed eenmaal tot haar speeltje en doet de parasols van de pijnen deinen. Een in memoriam monument uit 1980 houdt de herinnering levend aan drie broers die langs deze weg dodelijk verongelukt zijn, een altaartje met bloemen, een waaklampje en drie foto’s van twintigers. Op een voetreis als de onze een moment om even bij stil te staan. Agaves imponeren met hun enorme bloeiwijzen die wel 10 meter hoog kunnen worden, dit betekent voor de agave zelf een gewisse dood. Kamperfoelie strengelt zich om en tussen hekwerk en struiken, de bloesem is welriekend. Na de dorpjes Tigiano, Corsano en Castrignano del Capo en vele kilometers grillige rotskust ligt daar de nog werkende vuurtoren uit 1863 van de Kaap van Finibus Terrae (einde van de wereld), volgens overlevering de plaats waar Apostel Petrus vanuit Palestina onderweg naar Rome, aankwam. Na 2783 km. (Inclusief vorig jaar) op de teller hebben wij ons einddoel Santa Maria di Leuca bereikt. Morgen reizen we een klein stukje terug naar Porto Badisco waar we een paar dagen uitrusten aan het strand. Wij danken ieder die onze blog gelezen heeft voor het meereizen en besluiten met de eeuwenoude zinsnede van de Chinese filosoof Confusius:
‘Het is beter om een mijl te reizen, dan om duizend boeken te lezen’.

Tot ziens!

IMG_2148

VAN WANROIJ NAAR SANTA MARIA DI LEUCA

 

 

 

Zon en stevige wind


Zondag 18 juni 2017
Het is pas 7.00 uur als wij vanaf onze ‘Masseria Terra d’Otranta’ een langzaam stijgende maar langdurige kuitenbijter geslecht hebben en in ons eerste doorkomstplaatsje Cerfignano op een leuk terrasje aan een verrukkelijk centraal pleintje tegenover de kerk van onze eerste koffie genieten. MIjnheer pastoor luidt luid zijn in groten getale gehoorzamende parochianen naar de zondagsplicht. Bij. De entree passeerden we al het met Europees geld opgeknapte kapelletje met oude wandschilderingen, gewijd aan Santa Loia (patroonheilige van de blinden). We lopen door en over een keiig heideachtig terrein met verloren akkertjes, verdorde grassen, wilde geliefde asperges, vuurdoorns, haagwinde en klimop. Met hier en daar een conifeer, een pijnboom en een lang geleden verlaten kotje zou een plotsklaps verschijnende wolf geen verrassing zijn, gelukkig is dat slechts een gedachte. Een roofvogel, speurend naar een smakelijk ontbijt ergens bij ons in de buurt, hangt aan de harde oostenwind. Het traject tussen de dorpjes Marittima en Andrano (de huizen staan nog net niet op de straat) is alsof we zo de Middeleeuwen of het Stenen Tijdperk inlopen. Onverharde paden onvoorspelbaar slingerend door een ruig rotsig terrein, afgescheiden met brede muurtjes met uit het veld verzameld grillig gesteente. De vogels spelen met de wind zoals de wind de oude olijfgaarden blinkend zilvergrijs laat kleuren en de lange eucalyptustwijgen meeneemt. Wij nemen haar het duwtje in de rug in dank af, dat valt niet te zeggen van het zand in onze ogen. De grote cactussen zijn inmiddels normale verschijningen en lijken onverstoorbaar onder alle omstandigheden. Met oog voor detail en schoonheid spaarde een akkerbouwer één rijkbloeiende aubergine het leven in een geheel bewerkt perceel. Van Andrano is het nog 5 km. te gaan voordag we Tricase bereiken, een plaats met 18.000 inwoners. Het centrale Piazza Pisanelli is omgeven met de warme terrakleuren van twee bijzonder mooie kerken en het Dominikaner klooster. Eens was er in Tricase een pelgrimshospitaal van de Orde van de Tempeliers. Nu is er, ingeklemd tussen andere panden, onze eenvoudige, pittoreke B&B Campacavallo in de Vico Solferino.

 

 

Van de Adriatische naar Middellandse Zee

Zaterdag 17 juni 2017

Het was niet alleen rusten gisteren, we hebben ook heel relaxed het rustige Carpignano verkent. Vooral het steegje Via Giuseppe Elia met de spreuk ‘Beter een beetje met rechtvaardigheid dan grote rijkdom oneerlijk verkregen’ uit 1598 sprak aan. Onder de met een luifeltje overdekte 2 klokken van de Chiesa dell’Immaculata lijkt het leven zich af te spelen als toen: een tiental mannen in de schaduw voor het koffiebarretje, op de hoek uitgestalde verse groenten van ‘proprio produzione’, imposante portalen, lange balkons met roestig ijzerwerk en fleurige planten, intieme terrasjes met smalle stenen trappetjes, ingesleten dorpels, afgebrokkelde muren, altijd en overal te drogen hangend wasgoed. Helaas was de Byzantijnse crypte met ondergrondse kerk niet te bezichtigen. Het zegt genoeg; door Italië wandel je in twee maanden maar Italië zien, echt zien is een mensenleven.
We verlaten Carpignano Salentino (zoals het volledig heet), wissel- en ruststation voor paarden en muilezels langs de Via Traiana-Constantiniana in lang vervlogen tijden, op pad door het platteland van de Salentino naar het 25 km. verderop gelegen Porta Balisco, 8 km. voorbij Otranto.
6.00 uur stap… stap… stap… is het enige geluid dat we horen. Het geluid van onze voetstappen, soms even onderbroken om de stilte te horen, gaat in vast ritme met ons mee. Het is 7.00 uur, elke dag ontwaken de cicaden vroeger uit hun slaap om hun noten te kraken, heel harde noten. Dit geluid en de olijfgaarden vormen een onlosmakelijke verbintenis met de Salentino. Over olijfgaarden gesproken, ordentelijk bijgehouden plantages en strakke kaarsrechte rijen. Opvallend is dat met name oudere bomen vaak uit de rij staan en lijkt alsof ze aan de wandel zijn (nee, schrijver heeft geen zonnesteek). We lopen midden over de landweggetjes en de Salentino is van ons, de sporadische automobilist waarschuwt met een beleefd toetertje. We passeren vele masseria’s, soms opgeknapt en bewoond, soms verbouwd tot agriturismo maar meestal nog onderhavig en op een nieuwe toekomst wachtend. Paiare, we zien er veel vandaag, zijn niet meer in gebruik zijnde op trulli gelijkende bouwsels, louter bestaand uit gestapelde stenen, diendend als rust- of verblijfplaats in de velden. Twee keer klauteren we over een stapelstenen muurtje, niet gemakkelijk met een zware rugzak die een ander richtinggevoel ingegeven is. We bereiken Otranto, gelegen tegenover Albanië en brug naar het Oosten, een stad met een turbulente geschiedenis van vechten, geloof en martelaren, een stad met een middeleeuws centrum en een 1000 jaar oude kathedraal, nu een drukke badplaats met een mooi strand op scheiding van Adriatische en Middellandse Zee. WIj lopen nog 8 km. verder. De eenzaamheid van plantages verruilen we voor de eenzaamheid van een glooiende vlakte met granen en heideachtig terrein. De doorkijkjes naar en over de Mediterranee zijn als door een schilder vastgelegd, water en hemel gaan onzichtbaar in elkaar over. Een jaren 70 combine dorst een perceel haver alhoewel die met een vergrootglas gezocht moet worden, een grote stofwolk wordt met de wind landinwaarts gevoerd. Al zwoegend, het is weer heet, bereiken we onze op 1 km. van de Middellandse Zee gelegen tot B&B verbouwde ‘Masseria terre d’Otrante’ en leggen voldaan de benen van ons af. Ons opgefriste wasje is in een recordtijd droog.

In de Salento

 

 


Donderdag 15 juni 2017
We zijn al enkele dagen in de provincie Lecce die de meest zuidelijke van Puglia is. Het grondgebied van Lecce valt grofweg samen met de landstreek Salento en grenst in het oosten aan de Adriatische Zee en in het zuiden en westen aan de Ionische Zee.
Omwille van de nog hogere temperatuur die voor vandaag voorzien is, zijn we extra vroeg uit de veren en ook deze keer hebben we voor de duiven wat extraatjes die gretig naarbinnen gewerkt worden, het is voor de snelste. Na een uur, we zien de stad nog liggen, passeren we een schapenboerderij, de schapenboer torst stevig aan de kruiwagen. De man is duidelijk een verzamelaar van alles en een lange omheining maken van pallets, draadjes, panelen, vaten en touwtjes heeft hij tot kust verheven. De geschoren schapen lijken het best naar hun zin te hebben. De enorme vuilstortplaats die volgens onze gids met een wasknijper op de neus gepasserd dient te worden, voldoet niet aan die verwachtingen, misschien een gunstige windrichting? We lopen over comfortabele secundaire weggetjes, de omzoming met handgestapelde muurtjes wordt talrijker en het continue intens cycadenlawaai vult de olijfgaarden. Drie ezeltjes staren on stoïcijns aan en schijnen te denken: ‘Hé, da’s ons werk toch, wie zijn hier de ezels?’ Bij het binnengaan van het dorp Calimera staat een 18e eeuws ‘Cappella del Mantovano’, de deuren staan open, het interieur is eenvoudig, voor bezoekers staan 4 klapstoeltjes klaar en Padre Pio is alom aanwezig. Bij het oversteken van een doorgaande weg keert een man zijn pruttelend Piaggotje in een sierlijke draai. Pal voor onze neus houdt hij halt, stapt uit en showt trots zijn biologische tomaten en pruimen van eigen moestuinbodem. Hij propt onze handen vol en wenst ons ‘Bon camino’, geweldig dit soort spontane ontmoetingen. Voorbij het dorp Martano dat wij niet links maar rechts laten liggen, zijn vaklieden bezig met het stapelen van zo’n schitterende muur die we tijdens onze tocht al zo vaak bewonderd hebben. 100 meter en 5 vaklieden, een klus van weken, zo vertellen ze ons en dat onder die gloeiende zon. Nog een heel kort stukje lopen we over het eeuwenoude traject van de Via Traiana-Constantiniana met duidelijk ingesleten karrensporen als zichtbaar bewijs. We arriveren in Carpagnano bij onze B&B Casina dei nonni dat enigszins vrij vertaald ‘grootouders huisje’ betekend. Omdat we aardig op schema liggen, gaan we hier een dagje extra verpozen.

Lecce, stad van de barok


Woensdag 14 juni 2017
Op papier mag een route soms lijken op de dag van gisteren of eergisteren, in praktijk echter kunnen zelfs de subtiele verschillen het verschil maken, een vogeltje of plantje dat je niet eerder zag, een ineengezakt muurtje, een regenbui, een doorgang, lichtval, niet twee identieke olijfbomen, een onverwachte ontmoeting, de bediening in de koffiebar, enz.
Gisteravond vierde Torchiarolo met een druk bezochte eucharistieviering het herdenkingsfeest van haar patroonheilige. Aansluitend werd deze onder begeleiding van fanfare en gebed in lange processie door het dorp gedragen. Een 40-koppig strijkersensemble vermaakte de achterblijvers op het plein voor de kerk en was indrukwekkend stil bij de rentree van de processiegangers. Een zowel serieuze als vrolijke dorpsgebeurtenis.
Het is 5.45 uur als wij de vroege gasten van de koffiebar ‘buongiorno’ wensen, een gezamenlijke goedgemutste ochtendgroet ontvangen wij retour. Leuk om zo de dag te plukken. Via een lang zandpad met aan weerszijden mooi gerestaureerde middeleeuwse muurtjes laten we Torchiarolo achter ons, de olijfgaarden met ook hier weer veel genummerde bomen gaan nooit vervelen. De twee honden, een witte en een zwarte die ons al lang gevolgd zijn, houden het voor gezien en blijven achter, de zwarte is met een hangende voorpoot invalide. Na 8 km. is het pad geleidelijk overgegaan in geen pad en ongemerkt lopen we temidden van de olijfbomen. Twee mannen die het snoeivak meester zijn, toiletteren de hoogbejaarde bomen vakkundig, er lig veel snoeihout op de grond dat later gehakseld wordt. We raken in gesprek over het warme weer en de cicaden die onder deze omstandigheden actief zijn en over de hoge leeftijd van olijfbomen (200-500 jaar). Onder toezicht van een bleke maan komen we via een doorgang in een muurtje uit op de geasfalteerde weg, een wegbewijzeringsbordje vermeldt de toeristische route ‘Tra masserie e ulivi monumentali’ (tussen boerderijen en monumentale olijfbomen). Het is half negen en langzaam zwelt de allesoversremmende muziek van het cicadenorkest weer aan. Nu wten we het zeker, het gaat weer erg warm worden. Het landschap wisselt van dorre prairie tot desolaat maanlandschap, soms zwartgeblakerd en nog niet hersteld van de aangestoken fik. Het pittoreske 11e eeuwse kerkje ‘Santa Maria d’Aurio’ in Surbo staat er verlaten bij, dat zal in deze contreien die nog steeds de sfeer ademen van weleer, ooit anders geweest zijn. Een brigade mieren ontfermt zich over een doodgereden hagedis, ook zij moeten aldus voor hun leven vrezen ondanks de weinige motorische passanten. Enkele kilometers voor Lecce passeren we een groot complex met zonnecollectoren en als we Lecce binnengaan een gevangeniscomplex. Het lijkt alsof de gedetineerden zelf hun wasje moeten doen, er hangt veel was aan de honderden korte lijntjes. Traditie alom. Lecce, een stad met Romeinse en Middeleeuwse geschiedenis, een stad met een schitterende kathedraal, basiliek en amfitheater, een stad met door de eeuwen heen unieke gebeeldhouwde decoraties aan gebouwen en kerken, een stad die net als onze tocht blijft verwonderen. Wij nemen onze intrek in B&B Mamma Sisi.

 

 

 

 

Een eenzame, warme etappe


Dinsdag 13 juni 2017
Het kost wat moeite om Brindisi uit te komen maar als we aan de rand van de stad onder de Poort van Lecce doorgaan, zitten we al snel in het landinwaartse buitengebied, de zee zal vandaag niet in zicht komen. De artisjokkenvelden zien er kleurig uit, kennelijk was het net meer nodig of lonend om de laatste vruchten te oogsten. Ook honingmeloen schijnt hier goed te gedijen, de enorme uitlopers dragen grote vruchten die elke dag zichtbaar in gewicht toenemen. Vlak voor een grote electriciteitscentrale wordt een spoorweg aangelegd, dat is een probleem voor ons want alles is omheind en er is geen levende ziel te bekennen. Hier liep ons pad! Er zit niets anders op dan met een grote omweg en enige vindingrijkheid achter en voorbij de omheining te geraken. Een bruggetje over en daar gaan we weer. Beneden ons in het veld ligt een verlaagde weg van 13 km. lang die in verbinding staat met de haven van Brindisi. Ook ligt er een kolentransportband die niet zichtbaar maar wel goed hoorbaar is. Wat een gigantische centrale. We horen geritsel en zien de hoge bermbegroeiing volop bewegen, twee hazen schieten verschrikt uit de ruigte en kiezen met grote sprongen het spreekwoordelijk hazenpad. Op een lange witte zand/grindweg, het weerkaatsend zonlicht is fel aan de ogen, vertelt ons de enige persoon die we vandaag ontmoeten dat het 38-40°C gaat worden en dat we beter een route langs de kust kunnen nemen. We leggen hem uit dat dit de Via Francigena delle Sud en dus onze weg, is. Er staat nagenoeg geen wind en het blijkt dus te kloppen dat de mistral altijd drie dagen actief is, helaas voor ons. Zwaarbeladen mierenkaravanen kruisen ons pad, de warmte doet hen goed. We passeren de archeologische zône met opgravingen van de oude stad Valesium uit het begin van onze jaartelling. De weg voert verder over goede verharde landwegen tussen olijfgaarden en nog eens olijfgaarden, de zon is meedogenloos, er is geen schaduw en de stilte is oorverdovend. Cicaden, vermoeden wij, produceren een luidruchtig en continue getsirp en gekrakeel alsof we in een tropisch regenwoud zijn, soms licht gas terugnemend om enkele tellen later weer heftig toe te slaan. We blijven in deze geluidenjungle totaan Torchiarolo, onze eindbestemming. In dit dorp met dokumenten uit de 12e eeuw, staat onze B&B Villa Rosaria, een prachtig oud pand met achterstallig onderhoud.

 

 

 

 

 

 

Eindpunt van de Via Traiana


Maandag 12 juni 2017
Achten, negens en tienen, cijfers waar we in onze schooltijd graag mee thuis waren gekomen maar helaas toen voor mij en gelukkig nu voor ons, de weercijfers voor de komende 14 dagen.
We zijn al 2 tot 3 dagen in de provincie Brindisi met de gelijknamige hoofdstad waar we vanmiddag aankomen. Eerst lopen we weer net als gisteren, enkele kilometers parallel aan de autobaan met veel vrachtverkeer. Een goede weg, een brede weg, een rustige weg maar links lopen is belangrijk want niet alle automobilisten hebben evenveel respect voor achter elkaar lopende wandelaars. De bermbegroeiing is ruig en het wemelt van de hagedissen, tot 2 keer toe kronkelt een slangetje terug haar veilige biotoop in, hier en daar een bosschage met eucalyptusbomen. Waar we een smal fietspad inslaan, daar begint ook een beschermd natuurgebied met afwijkende vegetatie met bies en riet is duidelijk te zien dat het hier weleens onder water staat, ook onder de autobaan die hier op dikke betonnen pijlers rust. Het is slechts een gebied van naar schatting 30 tot 40 vierkante kilometer inclusief het gedeelte in zee, overigens daarom niet minder interessant en belangrijk. Deze bijzondere biotoop achter ons latend, buigen we af richting zee die afwisselend 50 tot 100 meters binnen ons bereik blijft. Op de zandstrandjes met paviljoens en strandstoelverhuur na, is het gebied uitgestorven en biedt een zee aan ruigte met doorkijkjes en kliffen waarvoor men met borden met het opschrift ‘pericolo di crollo falesia’ gewaarschuwd wordt voor het instortingsgevaar. Met de lage groene begroeiing van jeneverbes, festuca, wilde roos, buxus, hulst en vele andere in combinatie met het stuifzand noemen wij het ‘duingebied’ en we vinden het jammer als de route zich van de kust afwendt. De ruigte wordt cultuur met tomaten, druiven en granen. In een ondiepe droogstaande sloot tussen andere letterlijke wegwerpartikelen, weerkaatst het zonlicht op 3 nokia’s, ondanks de goede kwaliteit niemand meer aan de lijn. We lopen Brindisi binnen waar ons de groenteman uit zijn stalletje 2 sappige perziken aanbiedt, het zijn de kleine dingen. Brindisi laat zich bij binnenkomst met haar Sovjetflats niet van de voordeligste kant zien maar dat verandert met de mooie Middeleeuwse gebouwen in het centrum al snel. In deze strategisch gelegen havenstad met 90.000 inwoners eindigt de Via Traiana, de steenoude marmeren zuil markeert symbolisch het eindpunt van deze historische snelweg. Bij de pinautomaat ontmoeten we een jongeman uit Utrecht, hij heet Adam al Kandoussi en we geraken in gesprek. HIj beoefent pankration (worstelsport) en heeft hier brons veroverd. Gefeliciteerd, wat een prestatie en gezien zijn jeugdige leeftijd zal dat eens nog meer opleveren, denken wij. In de haven zwermt een cruisebootdorp uit, verkopers en horeca vangen hen met open armen op. Onze B&B Emily, in één woord geweldig. Een oud pand met fantastisch verbouwd interieur. De eigenaresse zucht bij de vele traptreden.